Driebandennieuws Uitgaven uit het seizoen
2010/2011:
Van acquit 20 (08-06-11]
U heeft nu de laatste Driebandennieuws van het seizoen in handen. Normaal gesproken is nu het tijdstip dat de vakanties aanbreken en de keu - op een enkel zomertoernooi na - niet meer uit het foedraal wordt gehaald. Die tijd is echter voorbij. Hoewel binnen het driebanden niet echt sprake is van mondialisering zoals bijvoorbeeld binnen de wielersport, blijft de wedstrijdcyclus dit jaar gewoon doorgaan.
Zelfs met Europese dan wel wereldkampioenschappen. Niets is meer vreemd. We zullen er gewoon aan moeten wennen. Zoals we er ook aan moeten wennen, dat er steeds minder geld rouleert in het driebanden. Dat krijg je als zelfs landen aan de financiële infuus moeten om nog als land te kunnen blijven bestaan. In dat soort gevallen moeten er noodgrepen, dan wel goede plannen voor de toekomst worden gemaakt. In het driebanden is dat niet anders en zal er ook meer worden verlangd van de acteurs die het driebanden op de kaart moeten houden.
Terugvertaald naar de Nederlandse situatie moet er deze maand een belangrijk besluit worden genomen, waarbij de toekomst van het Nederlandse driebanden op het spel staat. Gevoelsmatig heeft het driebanden de laatste jaren al veel ingeboet en afhankelijk van wat er op 30 juni gaat gebeuren, kan dit twee richtingen uit. Het meest negatieve scenario is nog verder de put in. Wie positief de toekomst in kijkt, zal zien dat de huidige situatie ook kansen biedt. Alleen ze moeten wel worden benut. Niet door middel van een paar vrijwilligers, die de zware last van de organisatie nauwelijks kunnen dragen, maar met een krachtig bestuur en gezond verstand.
De wereld staat niet stil als het allemaal niet lukt om verbeteringen aan te brengen. Maar het is nu eenmaal pijnlijk om te zien, dat een florerend onderdeel van de biljartsport op een dergelijke manier wegkwijnt. Eigenlijk zou dat iedereen aan het denken moeten zetten. En wat is er mooier om dat eens te doen in een zonnige omgeving tijdens de vakantie.
Hans Coolegem.
Van acquit 19 [11-05-11]
Er is op deze plaats al eerder gewaarschuwd dat het driebanden qua organisatie bezig is aan een vrije val. De afgrond komt steeds dichterbij, nu na ruim een maand de Sectie Driebanden nog steeds niet in staat is geweest om de leden te informeren over het sturen van de gevraagde brandbrief naar het bondsbestuur. Want dat het intern, dus binnen de KNBB niet goed zit, is mij inmiddels wel duidelijk.
Op de laatste sectieraadsvergadering kwam een hoop push uit de wonde. De Sectie was allerminst tevreden over de gang van zaken binnen de bond en ook schort er ontstellend veel aan medewerking op het bondsbureau. En aangezien van de aanwezigen ook nog eens het een en ander negatief nieuws voor de dag kwam, werd in eerste instantie gevraagd om een motie van wantrouwen. Dat kreeg niet de steun van het bestuur, waarna het compromis een brandbrief zou zijn.
Die is voor de leden nog niet openbaar gemaakt, hetgeen toch wel zou moeten. Iedereen heeft te maken met de organisatie en als dan ook nog eens gezamenlijk wordt besloten om iets aan het probleem te doen, dan moet dat z’n weerslag bij de leden krijgen. Ik zelf heb van wege mijn journalistieke functie enige tijd geleden ook bondsvoorzitter Leon Vervoort een paar vragen gesteld. Maar hij wil zijn directe mening niet ventileren en eerst met zijn bestuur en de Sectie Driebanden overleg plegen. Dat duidt niet op een eigen mening en de zo nodige daadkracht.
Ook krijg ik steeds meer de indruk, dat de Sectie Driebanden veel belooft maar weinig doet. Als in Driebandennieuws bestuursuitspraken zoals ’in overleg met de spelers’ of ’we gaan de spelers enqueteren’ verschijnen krijg ik van allerlei spelers (zelfs met nationale en internationale faam) de vraag ’wie zijn die spelers, waar je over schrijft’, wij weten echt van niets en er is ook geen enquete geweest.
Zulke zaken kunnen natuurlijk niet door de beugel en zijn funest voor een organisatie. Maar hoe komen we eruit? Daarop is geen gemakkelijk antwoord te geven. Na alles wat er inmiddels is gebeurd en het feit dat dirigent Santos Chocron bijkans zonder bestuursleden lid zit (Er is zelfs niet eens een oproep voor nieuwe bestuursleden op de website geplaatst!), zou een oplossing zijn om met een geheel nieuw bestuur seizoen 2011-2012 aan te vangen. Maar wie wil in het belang van het driebanden daar de schouders onder zetten om zo’n tweeduizend liefhebbers tevreden te stellen?
Hans Coolegem.
Van acquit 18 [20-04-11]
De sectieraadsvergadering van 6 april heeft nog eens aangetoond, dat het gebrek aan onderlinge communicatie binnen de Sectie Driebanden zo fnuikend kan werken, dat het voortbestaan van de organisatie daarbij in het geding is.
Om een paar voorbeelden te noemen: de penningmeester heeft al enige tijd geleden aangegeven zich om persoonlijke redenen terug te trekken. Daar is nooit melding van gemaakt. Vorig jaar augustus hebben twee andere bestuursleden al kennis gegeven van het feit, dat zij zich uit het bestuur zouden terugtrekken. Doordat afgelopen winter geen sectieraadsvergadering werd gehouden, stapten zij in de afgelopen vergadering op. Op de convocatie werd dat niet vermeld.
Achteraf blijkt dat het bestuur van de Sectie Driebanden grote problemen heeft met de trage besluitvorming binnen de bond en het niet slagvaardig kunnen werken met het bondsbureau. Om die reden zou er onder andere geen financieel verslag over 2010 kunnen worden gegeven, terwijl de vergadering wel met een begroting voor 2011 werd geconfronteerd. Het sectiebestuur volstond met de mededeling machteloos te staan tegenover deze praktijken en opperde zelfs een andere structuur binnen de biljartbond te wensen.
Vanuit de vergadering borrelde het verzoek op om door middel van een motie het ongenoegen over de gang van zaken richting het bondsbestuur te uiten, hetgeen later werd vervangen door een brandbrief aan het bestuur, waarin de zwakke punten waarover werd gediscussieerd aan de kaak zouden worden gesteld. Jammer genoeg laat het sectiebestuur na om die brief ook te publiceren of naar de aanwezige belanghebbenden te sturen. Door zo’n houding blijft het driebanden ten aanzien van een organisatie ondoorzichtig, terwijl het juist zo transparant mogelijk zou moeten zijn.
Een opvallende constatering: bij vergaderingen van de KNBB Vereniging Carambole zijn doorgaans wel één of meerdere bondsbestuurders aanwezig. Bij de sectie driebanden niet. Ook was er ditmaal niemand van het bondsbureau aanwezig. Die wellicht de stroom van negatieve berichten over het functioneren van het bondsbureau een ander ’gezicht’ had kunnen geven. Dat zijn zaken die de leden wat meer vertrouwen geven. Zoals het nu is gegaan niet.
Hans Coolegem.
Van acquit 17 [06-04-11]
Het topdriebanden staat binnen Nederland op instorten. Dat is geen leuke zin om mee te beginnen, maar de waarheid is het wel. Het topdriebanden lijdt al enkele jaren aan een twijfelachtig bestaan. Gelukkig zijn er nog sponsoren, die hun naam aan een team willen verbinden. Maar het wordt zoeken met een lampje naar de verlossende bedrijven, die topdriebanden willen ondersteunen.
Voor de topspelers is de limiet zo goed als bereikt. Niemand juicht over het feit dat de het finaletoernooi van de Nederlandse beker, dat vorig weekeinde werd afgewerkt, slechts met 12.500 euro prijzengeld was gedoteerd. Vorig jaar namelijk lag er nog 22.000 euro klaar om te verdelen. De helft verschil, dat is nogal wat. Vandaar dat de wens (?) van de spelers, om in plaats van twee eliterankingtoernooien nu vier eliterankingtoernooien te spelen, de bond als geen ander goed uitkomt. Dan kan men de Masters (hét individuele kampioenschap van Nederland) opschuiven naar januari 2012 en behoeft er voor dat kampioenschap in ieder geval dit jaar geen geld te worden vrijgemaakt. Een ander punt is, dat de spelers is gevraagd of zij toch aan het afsluitende Masterstoernooi willen deelnemen, ook al zou er geen prijzengeld beschikbaar zijn.
Voor de topspelers hoeft het op deze wijze niet meer. En geef ze daar eens mee ongelijk. Dick Jaspers, de beste biljarter van Nederland en full-prof (lees, dat hij van het biljarten moet leven) wint met zijn team opnieuw de Nederlandse beker en krijgt na aftrek van de gemaakte kosten 350 euro bruto voor vier dagen topsport in handen. Een jodenfooi voor het niveau waarop Jaspers én zijn team presteert. Om van de teams, die alleen maar poulewedstrijden hebben gespeeld maar te zwijgen. Inclusief hun hotel en eten en drinken hebben deze spelers er gewoon geld bij moeten leggen.
Men zou zich eens in alle gemoede moeten afvragen wat nu precies de bedoeling is. Topsport bedrijven op basis van professionalisme of semi-professionalisme. Of gewoon weer terug naar de amateurtijd, waar een warme handdruk, een bos ruikers en een sapcentrifuge het cadeau voor de winnaar is. De Belgische ex-topspeler Ludo Dielis, die de tijd van Bayer heeft meegemaakt en toernooien met 50.000 D Mark voor de winnaar en geen 5.500 euro zoals nu voor een Worldcup-toernooi, sprak begin van dit jaar de voor mij gedenkwaardige woorden: ,,Binnenkort staat men weer voor een televisie te spelen’’. Ik moet daar vaak aan denken, want ik geloof dat hij nog gelijk krijgt ook.
Hans Coolegem.
Van acquit 16 [16-03-11]
Het driebanden is weer volop in beroering. Een kort geding voor de rechtbank, herrie over de Masters, hét belangrijkste kampioenschap voor de driebanders en bijvoorbeeld de situatie met de Nederlandse bekerfinale, waarvoor tien dagen voor de start van het slot van de bekercompetitie voor de 32 spelers bekend is, dat slechts 12.000 euro aan prijzengeld beschikbaar is (vorig jaar 22.000 euro). Er gaan stemmen op om het bekerevenement te boycotten, maar daarmee worden alleen maar eigen ruiten ingegooid.
Het is niet van vandaag of gisteren dat het bestuur van de Sectie Driebanden moeite heeft om alles georganiseerd te krijgen. Dat is al enige jaren aan de gang en het ziet er naar uit, dat dit ook in de naaste toekomst niet gaat veranderen. Ten eerste omdat de economische crisis nog steeds niet helemaal is uitgewerkt voor de sport en het biljarten in het bijzonder. Daarbij zijn er ook geen kandidaten om de huidige situatie te verbeteren.
Regeren is vooruitzien, maar in de praktijk is dat niet altijd zo. Neem als voorbeeld de komende play-offs om het kampioenschap in de eredivisie. Over twee maanden moeten die worden gespeeld, maar niemand weet nog waar. Natuurlijk is uitgelekt dat de sectie uit voorzorg de biljartzaal in de Grolsche Veste heeft gereserveerd. Maar moet in Enschede een nationale finale worden gespeeld met teams uit Sluiskil, Zundert, Waalwijk en Barendrecht? Blijkt de publieke belangstelling na twee jaar Masters in Nijverdal zo geweldig te zijn, dat Oost-Nederland het landskampioenschap verdient?
Het wordt tijd dat er een officiële spelersafvaardiging wordt opgericht en zich ook daadwerkelijk met de spelerszaken binnen de Sectie Driebanden gaat bemoeien. Niet zo’n praatclubje waar we al jaren in wisselende samenstelling gebruik van maken. Want juist die incidentele zaken geven het beleid geen body. Er moet gewoon een nieuwe functie worden gecreëerd, die wordt ingenomen door iemand, die vanuit de spelersgedachte de vinger aan de pols houdt en ideeën ontwikkelt om het driebanden meer gezag te geven. Want dat is naar mijn mening behoorlijk ingedeukt.
Hans Coolegem.
Van acquit 15 [09-03-11]
We zijn nog maar een paar maanden in het nieuwe jaar en het einde van de competitie gloort alweer. Het is dat de wedstrijd naar een latere datum is verschoven anders was afgelopen week al de eerste kampioen bekend geworden. Over zes tot zeven weken is het voor het grootste gedeelte van de driebandenspelers helemaal afgelopen. Het seizoen is dan voorbij.
Wat rest zijn de losse toernooien én de zomercompetitie van Driebandennieuws. Want er komt een nieuwe zomercompetitie op de kleine tafel, die vanaf april tot begin september (dus niet concurrerend met de KNBB-competitie) wordt gehouden. Een driebandencompetitie op de kleine tafel, nog altijd de kiem waaruit driebandenspelers op de matchtafel moeten groeien.
De Driebandennieuws Zomercompetitie 2011 gaat iets bijzonders worden, waaraan de KNBB Vereniging Carambole alle medewerking en ondersteuning geeft. Het moet een competitie worden, die wordt betwist door een team van drie spelers, terwijl een volledige formatie (gezien de zomerperiode) uit maar liefst acht spelers mag bestaan. Qua moyenne worden spelers ingedeeld in categorieën en de drie moeten voldoen aan de daaraan gestelde speelafstand variërend van 25 tot 50 caramboles per wedstrijd.
Belangrijk is ook, dat niet alleen lokalen met twee of meerdere tafels aan de zomercompetitie kunnen deelnemen. Ook horecabedrijven met één biljarttafel kunnen met één of meerdere teams inschrijven. Want hoe meer deelname, des te minder zijn de reisafstanden. De indeling gebeurt namelijk op postcode, zodat de onderlinge afstanden zo klein mogelijk worden gehouden.
Driebandennieuws Zomercompetitie krijgt zo mogelijk poules van tien teams, zodat tussen april en september driebandenliefhebbers nog eens achttien wedstrijden kunnen spelen om aan te geven, wie de beste is. En indien er ruimte is in het programma, bestaat wellicht de mogelijkheid, om na afloop de poulewinnaars bijeen te brengen voor een bijzondere finale.
Een nieuw initiatief voor de zo traditioneel ingestelde biljartwereld! Het is aan de spelers, de clubs en de zaalhouders om er een succes van te maken. Hou daarom de speciale brochure voor de Zomercompetitie en de inschrijfdatum in de gaten.
Hans Coolegem.
Van acquit 14 [23-02-11]
Soms verwonder ik me over het fenomeen ’leidinggevende organisatie’ voor de biljartsport. In z’n algemeenheid staat daar natuurlijk de letters KNBB voor, maar ik denk, zeker in dit geval, meer aan het driebanden. Wat versta je onder een leidinggevende organisatie? In eerste instantie een machtig bolwerk, dat een voorbeeld is of mag zijn voor vele andere organisaties.
Het laatste is de Sectie Driebanden absoluut niet. Ik heb al vaker de ontstellend slechte communicatie binnen de biljartorganisatie naar de leden aan de orde gesteld, maar men blijkt in ’Nieuwegein’ Oostindisch doof. Neem nu het fenomeen Bekercompetitie. Een op zich mooi evenement, dat door de desinteresse van de bond zelf is verworden tot een evenement dat net zo goed schriftelijk kan worden afgedaan. Want niemand, maar dan ook werkelijk niemand, schijnt zich erover te bekommeren. Zelfs de enige manier om erachter te komen wat er in het land met de bekercompetitie aan de hand is, wordt niet bijgehouden. Afgelopen dinsdagmorgen vroeg, bij het sluiten van dit blad, staan op de zo ’fameuze’ internetsite nog talloze wedstrijden zonder uitslag, terwijl deze bekerduels minstens veertien dagen geleden of langer zijn verspeeld.
Dan maak je je niet populair, om het maar eens anders te zeggen. Want ondanks dat het een ’eigen’ organisatie is druipt de desinteresse ervan af. Niet alleen voor geïnteresseerden, maar ook voor de spelers. En het omzetten van de finale van Rijsbergen naar Zundert roept al bij de deelnemers vragen op. Vragen, die tot op heden (nauwelijks een maand voor de te spelen finaleronde) nog steeds niet zijn beantwoord. Zoals bijvoorbeeld het prijzenschema voor de finale. Iedereen weet dat het economisch slechts weinigen voor de wind gaat, terwijl er toch al veel kosten zijn gemaakt om zover in het toernooi te komen. Kortom men is bang, dat men met een lege hand wordt afgescheept, omdat dit al eens eerder is voorgevallen.
Wat dat betreft is er weinig vertrouwen in de bond. Terwijl dat niet zou mogen zijn. De Sectie Driebanden zou voor de buitenwereld niet de leidinggevende organisatie, maar de toonaangevende organisatie op het gebied van het driebanden moeten zijn. Maar voor dat zal worden bereikt, moet er nog heel veel worden veranderd of verbeterd. Nee, er stroomt nog heel wat water door de Maas voordat dit is bereikt.
Hans Coolegem.
Van acquit 13 [07-02-11]
De zaak Johan Loncelle heeft de afgelopen tijd niet alleen de biljartsport schade berokkend, maar ook de biljartbond. Ik hoef eigenlijk niet uit te leggen waarom. Als je eerst toestaat dat een positief gecontroleerde speler in competitieverband mag blijven spelen en je neemt dan daarna pas de maatregel om hem toch voorlopig te schorsen, dan verdient dat absoluut niet de schoonheidsprijs.
De ‘sneeuwellende’ heeft al eerder aangetoond dat de bond er niet bovenop zit, zoals dat zo mooi heet. En eigenlijk niet alleen met de soap over wel of geen vroege afgelasting. Als je de website van de KNBB bekijkt springen je veters spontaan los in je schoenen, als je nog steeds uitgebreid de bekerfinale 2010 tegenkomt, terwijl de nieuwe bekercompetitie al bijna vijf maanden bezig is en over de komende bekerfinale nog niets staat vermeld. Ook een voorbeeld dat de leiders vermoedelijk geen oog hebben voor hetgeen wat er van hun functie wordt verlangd.
De KNBB behoort tot de organisaties, die het liefst alleen maar goed nieuws voor de buitenwereld produceert. Vermoedelijk is daarom ook geen melding gemaakt (op zowel de website als via een persbericht) van het feit dat de op cocaïne-gebruik betrapte Johan Loncelle voorlopig in België kan blijven en niet meer in Nederland kan spelen. Terwijl openheid en transparantie zaken zijn, waar binnen de KNBB nogal mee wordt geschermd.
De bekrompenheid of het niet ter zake kundig reageren wordt nog eens aangetoond met het feit, dat de biljartbond niet alleen op een eiland zit, maar zich ook niet sterk maakt om negatieve facetten onmiddellijk de kop in te drukken. Want anders was gelijktijdig met het positieve bericht aan Loncelle ook zijn nationale bond, de Belgische dus, ingelicht en tevens verzocht om hem voorlopig te schorsen. Het is namelijk zijn tweede overtreding en daar moet je nog strenger mee omgaan, dan bij een eerste dopinggeval.
Doordat dit niet is gebeurd krijg je de situatie dat Johan Loncelle wel in België mag biljarten en nog steeds aan tafel staat in de tweede afdeling voor ’t Lammeken. Dat geeft de sport geen goed imago en had op z’n minst voorkomen kunnen worden.
Hans Coolegem.-
Van acquit 12 [26-01-11]
Afgelopen zaterdag bestond de Koninklijke Biljartbond op de kop af honderd jaar. Omdat het bij toeval gelijktijdig was met het verspelen van de Inkada Grand Dutch in de zaal van Hotel Prinsen in Haarlo werd daar tussen de wedstrijden door stil gestaan bij het feit, dat de biljartbond een eeuw oud was geworden. Er waren toespraakjes; het jubileumboek 100 jaar biljarten werd gepresenteerd en er was een glaasje champagne voor iedereen, die in de zaal aanwezig was.
Behandelde bondsvoorzitter Leon Vervoort, die als eerste achter de microfoon plaatsnam, in het kort de historie van de biljartbond; na hem had Carambole-voorzitter Jaap Labrujere zijn toespraak gericht op de toekomst. En de Zeeuw maakte van zijn hart geen moordkuil. Als één van de prioriteiten die hij opsomde, was het samenbrengen van de Vereniging Carambole en de Sectie Driebanden. Voor hem is het onbestaanbaar, dat binnen de biljartbond dezelfde disciplines toch niet één geheel vormen. Zijn persoonlijke wens is dan ook dat het hooguit twee tot drie jaar zal duren, voordat carambole en driebanden één zullen zijn.
Jaap Labrujere gaat niet gebukt onder de kennis van het verleden, waarom ooit driebanden en carambole aparte wegen zijn ingeslagen. Want de scheiding gebeurde natuurlijk niet uit weelde. De driebanders waren de laconieke houding van het bondsbestuur beu en ook ten aanzien van vernieuwingen binnen de sport botsten de meningen. Hoewel respectabele bestuurders in de afgelopen decennia het driebanden gezicht hebben gegeven, is wellicht niet iedereen tevreden over het uiteindelijk behaalde resultaat. Natuurlijk, de nationale teamcompetitie is groter geworden. Maar daarmee heb je het ook wel gehad. Masters en bekerfinale hebben we (voorlopig) nog, maar de Grand Prix-wedstrijden zijn ingezakt tot een bijna leeggelopen luchtballon. Er is geen jeugdopleiding meer en van enig enthousiasme om het driebanden hét gezicht te geven is, jammer genoeg geen sprake. Zelfs voor de sectieraad, die door te weinig bezoekers op 7 december jl. moest worden afgelast, is na zeven weken (!) nog steeds geen nieuwe datum bekend gemaakt.
Organisatorisch kan de Sectie Driebanden dan ook wel wat steun gebruiken of misschien nog beter: vers bloed. Misschien dat Carambole eens wat uitgebreider een aanbod wil doen om de armentierige driebanden-organisatie beter te doen functioneren. En kijkend naar de toekomst ook duidelijk kan aangeven hoe het na samenvloeiing met de beslissingsbevoegdheid gesteld is. Want verworven posities kunnen natuurlijk niet zomaar worden prijsgegeven.
Hans Coolegem.
Van acquit 11 [12-01-11]
Zo nu en dan wordt er een steentje geworpen in de rimpelloze vijver. Want van huis uit, zijn biljarters ’makke schapen’ waarbij het wel heel snel goed is. Zo’n steentje ploft er dan in en zorgt voor wat opspattend water. En daarmee heb je het (jammer genoeg) wel mee gehad. Komt dat door traditie? Wie de 100-jarige historie van het biljarten in Nederland opslaat ziet dat er slechts weinig momenten zijn geweest, dat spelers zich ergens tegen hebben verzet.
Goed, in 1957 hadden we ineens naast de KNBB de NNBB ofwel de Nieuwe Nederlandse Biljart Bond. En aan het eind van de tachtiger jaren ontstond bij de driebanders de VVGPS (Vereniging van Grand Prix-Spelers) en daaruit voort kwam de Vereniging Driebanden Nederland (VDN). De NNBB kreeg het voor elkaar dat er ruimere regels voor de ereklassers kwamen en de VDN was de voorloper van de huidige Sectie Driebanden. Als de VDN er niet was geweest was er ook nooit een Sectie Driebanden gekomen.
Ik wijs daarop omdat in BN/De Stem de Turkse balvirtuoos Semih Sayginer (u kent hem ongetwijfeld allemaal) zijn collega’s opriep tot actie, omdat de biljartsport de nek wordt omgedraaid door de bestuurders. Sayginer, die in eigen land al jaren in onmin leeft met zijn bondsleiders, heeft het nu gemunt op de wereldbiljartbond, waarvan hij het mondiale niet ziet. Citaat Sayginer:’En de macht ligt dan ook nog in handen van bija fossielen, die totaal niets begrijpen van marketing en voor wie creativiteit een wereldvreemd begrip is’’.
Vandaar ook de aanzet tot oppositie tegen de groep leiders. Citaat Sayginer: ’We moeten ze een spiegel voorhouden. Feitelijk zouden spelers niet langer moeten accepteren dat de sport mondiaal geleid wordt door figuren die deze naar de rand van de afgrond voeren. Alle spelers zouden hun nationale en de wereldbiljartbond aan moeten schrijven en ze de vraag voorleggen ’Wat gaan jullie doen om onze sport in leven te houden. Wat is jullie strategie.’ Daar hebben ze geen antwoord op, want ze doen niets. Ik denk dat er over tien jaar nog steeds gebiljart wordt, maar het professionalisme is dood’.
Ter overdenking voor spelers en officials aan het begin van een nieuw jaar. Een bijzonder jaar, waarin we in Nederland, zelfs op 22 januari het 100-jarig bestaan van de KNBB gedenken. Sayginer is geen man van loze woorden. Een andere topspeler, Ludo Dielis, die jarenlang tot de beste van de wereld behoorde en alles heeft meegemaakt, zowel het amateurisme als het professionalisme, liet even recentelijk als Sayginer zijn standpunt over professionalisme weten: ,,Over enige tijd spelen de professionals weer voor een televisietoestel’’. Wordt het dan toch tijd, dat de spelers in opstand komen?
Hans Coolegem.
Van acquit 10 [22-12-10]
In de laatste dagen van het jaar ben je snel geneigd nog eens te overdenken, wat er in het afgelopen jaar allemaal is gebeurd. En als ik dan het driebanden de revue laat passeren, kom ik tot de magere oogst van slechts een paar hoogtepunten. Echte hoogtepunten zal ik maar zeggen. Want het winnen van de competitie en/of beker behoren bijna standaard tot het begrip hoogtepunt.
Nee, er zijn twee dingen waar we in de afgelopen maanden ongewtijfeld trots op mogen zijn. Namelijk het wereldkampioenschap driebanden in Sluiskil en de nieuwe Worldcup voor Dick Jaspers. Het laatste is al zo gewoon geworden, dat Neerlands beste driebandenspeler ooit, er nauwelijks voor is gefeliciteerd. Ik weet wel, als je in je loopbaan de eerste Worldcup wint, dan is dat een buitengewone prestatie. Dit was de vierde Worldcup voor Jaspers. Daarmee onderschrijft hij, dat hij nog net zo goed is als in 1997, toen hij voor het eerst de regelmatigste (dus de beste) speler van de wereld was. Jaspers is een diamant voor de Nederlandse biljartsport. En ik blijf het zeggen: waar we (en dan bedoel ik daarmee de Nederlandse biljartorganisatie) véél te weinig mee doen.
Het andere hoogtepunt was het mondiale toernooi dat in Sluiskil werd opgevoerd. Ik weet wel, u pareert de uitstraling van dit toernooi aan de honderdduizenden euro’s dat het heeft gekost. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Wie een dergelijk evenement tot in de puntjes wil regelen en organiseren, moet echt van goede huize komen. En aangezien men in Zeeland lang genoeg heeft proefgedraaid, kon dit kunststukje wellicht ook worden verwacht. Het neemt echter niet weg, dat de WK-organisatie in Sluiskil internationaal geweldig heeft gescoord. Niet alleen bij de buitenlandse spelers en bezoekers, maar ook via internet. Want hoe kom je anders aan zo’n 8 miljoen hits uit heel de wereld tijdens de WK-week.
En wat brengt 2011? Te hopen valt één hoogtepunt meer, dat is wellicht niet te veel gevraagd.
Hans Coolegem.
Van acquit 9 [08-12-10]
Ik kan er niet aan voorbij gaan. Om het half jaar bekruipen mij de kriebels over de sectieraadsvergaderingen. Vooropgesteld, dat ik vanaf de vorming van de sectie al mordicus tegen het uitnodigingsbeleid voor deze vergaderingen ben. De reden: het is niet democratisch. Iedereen moet maar op internet zien, dat er een vergadering is en nota bene is bij mijn weten nog nooit de convocatie volgens het reglement gepubliceerd. Ook nu stond op 1 december pas de vergadering van 7 december op internet aangekondigd. Op zich al een schande.
Ik sta zelf geregistreerd als lid van de sectie driebanden, maar als je geen Grand Prix-speler bent, krijg je geen een uitnodiging. De GP-spelers wel. Die moesten toch worden geïnformeerd over de komende toernooien. Dan kost het weinig moeite om er ook een regeltje in mee te nemen, dat er een sectieraadsvergadering op 7 december wordt gehouden. En dan vindt men het gek, dat deze vergaderingen niet of nauwelijks worden bezocht.
Omdat Driebandennieuws altijd op maandagavond sluit kan ik niet over de vergadering van 7 december oordelen. Maar ik heb er in het verleden onder dit bestuur al zo vaak in het zaaltje gezeten, dat ik het verloop wel kan dromen. Want effectief vergaderen, dat is er bij de Sectie Driebanden niet bij. Alles wordt uitgekauwd in een soort duo-presentatie van voorzitter Chocron en tegenwoordig pr en marketing-bestuurder Ben Velthuis. Effectief vergaderen is dat er allerlei verslagen bij de stukken zitten, zodat die thuis kunnen worden bestudeerd en de vergadering gestroomlijnd kan verlopen. Die begint namelijk pas om 20.00 uur en voor wie uit de verste delen van het land moet komen is dat -gezien de drukte- een lastig tijdstip. Het urenlang luisteren naar verslagen impliceert tevens dat men ’s nachts ver na 0.00 uur thuis komt.
Het inefficiënt vergaderen komt ook tot uiting in de financiële verantwoording. Wie het wil kan op internet allerlei conceptbegrotingen terugvinden. Maar waarom dit en waarom dat, wordt niet vermeld. In normale gevallen geeft de penningmeester een schriftelijke toelichting op mogelijk voor niet ingewijden bijzondere zaken in de begroting. Die openheid vergadert niet alleen prettig, het geeft de aanwezigen ook een bepaald vertrouwen. Met een reeks cijfertjes moet men het doen, waarbij bijvoorbeeld zelfs al kosten worden opgevoerd voor een World Cup, die in 2011 nog niet eens op de kalender staat.
Bij de Sectie Driebanden kan dit allemaal. Ook dat binnen het bestuur al op 9 augustus twee bestuursleden hebben aangegeven met hun functie te willen stoppen en dat daar ook op de convocatie niets van is terug te zien. Men handelt de zaken af, die moeten worden afgehandeld en daarmee basta. Dan kun je beter nieuwe mensen aantrekken, die wél de spirit hebben om in het bestuur zitting te nemen. Ja, wat al in jaren niet is voorgekomen: er staat nu een rooster van aftreden op de agenda. Dat wordt dan op de vergadering verteld. Een uitdraai daarvan op papier is zelfs niet mogelijk.
Sectie Driebanden ressorteert onder het bondsbestuur, maar ik vermoed dat het bondsbestuur geen invloed heeft op het gedrag en de werkwijze van driebanden, want anders laat je het toch niet zo ver komen? Er ontbreekt namelijk alles. Geen beleid of visie voor de toekomst. Zo brokkelt het driebanden steeds verder af. In het afgelopen half jaar heeft driebanden zelfs de enige bondstrainer naar huis gestuurd. Maar denk je, dat het een punt op de agenda was? Natuurlijk niet. We doen toch alles hapsnap!
Hans Coolegem.
Van acquit 8 [24-11-10]
Grenzen vervagen. Ook in het driebanden. Want wie tegenwoordig de samenstelling van de competitie in de hoogste of één na hoogste klasse bekijkt, ziet tal van buitenlandse spelers opgesteld staan. Zo is het ook in de buitenlandse competities met Nederlandse spelers. Je moet er natuurlijk wel aanleg en bovenal zin in hebben om soms langdurig te reizen en je partijtje te spelen. Driebanden is aan het internationaliseren. Al zou je dat van de wereldbiljartbond niet zeggen. Het aantal kampioenschappen waarvoor deze organisatie verantwoordelijk is, valt bijvoorbeeld volledig in het niet bij hetgeen een aantal decennia geleden op de kalender stond.
Toch is voor driebanders die de top willen bereiken en daar zo lang mogelijk willen vertoeven, alles wat de wereldbiljartbond doet, zaligmakend. Want de ’vrije toernooien’, de zogenaamde World Cups biedt aankomende topspelers de gelegenheid om zich internationaal te manifesteren. Hetgeen in eigen land bijkans niet mogelijk is. Ook is het puntensysteem daarop gebaseerd. En al één punt achter je naam kan worden voorkomen dat je ergens ter wereld in de pré-pré-pré-pré-pré-kwalificaties van een World Cup-toernooi moet beginnen. Alhoewel dat voor- en nadelen heeft. Want wie zich staande houdt kan voordeel hebben van de kennis van het materiaal e.d. Anderzijds is het vaak moeilijk om je op gloednieuw materiaal aan te passen.
Door het systeem zijn de World Cup-toernooien dus opgewaardeerd. En wie niet streeft naar het allerhoogste, wil ook nog wel eens uitvliegen om zo’n evenement in samenspel tot wat dagen vakantie mee te maken. Zo gaan er bijvoorbeeld maar liefst 21 Nederlanders binnenkort naar Hurghada in Egypte, om aan de Rode Zee te spelen en te recreëren. Er is dus een bepaalde belangstelling en waarom al die individualisten niet samenbrengen in een bepaald collectief, zodat mogelijk de vliegprijzen naar een lager tarief gaan, dan ze momenteel zijn. Het is ook geen geheim, dat vroeg boeken aanmerkelijk minder kost, dan een maand voor vertrek.
Vandaar dat we graag eens peilen wie in het nieuwe jaar gebruik zouden willen maken van collectief voordelige aanbiedingen voor de voorlopig drie World Cup-toernooien die momenteel op de kalender staan. Elders in dit magazine treft u een advertentiepagina aan met de nodige informatie. Laat ons eens weten, wat u wilt. En wat belangrijk is: u bent niet verplicht aan het toernooi deel te nemen. Gaat u als supporter of begeleider, dan is dat ook prima.
Hans Coolegem.
Van acquit 7 [10-11-10]
Bezuinigingen, bezuinigingen en bezuinigingen. Het lijkt wel een besmettelijke ziekte. Er gaat geen dag voorbij of je wordt er wel mee geconfronteerd. Is het niet in gesprekken, dan is het wel in de media. Er is geen pagina in de krant meer op te slaan of er moet worden bezuinigd. Hetzelfde recept in welk praatprogramma op de kijkbuis.
Er is één simpele conclusie aan te verbinden: we hebben op te grote voet geleefd. Als het in de afgelopen jaren een paar streepjes minder was geweest, dan had nu niet het land overeind gestaan over bezuinigingen. Vanuit dat oogpunt worden alle betrokkenen, die het leed hebben veroorzaakt, heel hartelijk bedankt.
Er zijn bezuinigingen en misplaatste bezuinigingen. Het laatste is natuurlijk een kwalijke zaak. En daarmee doel ik op het feit, dat de biljartbond (lees de Sectie Driebanden) inmiddels al maanden geen cent meer uitgeeft aan opleiding van talentvolle jonge spelers(sters). Ik hoef natuurlijk niet de gehele story met in de hoofdrol veelvoudig kampioen en instructeur/coach Christ van der Smissen uit de doeken te doen. In het kort ging de Brabander van twaalf diensturen naar een volledig werkweek, waarna (voor de buitenwereld) plotseling een streep onder het dienstverband werd gezet. En omdat er op dat moment toch binnen de KNBB-organisatie een administratieve vacature was, kon Van der Smissen – die niet kon worden verweten, dat hij geen succes had met zijn op- en begeleiding – alsnog aan het werk blijven.
Niet op de plaats waar menigeen hem graag zou hebben willen zien: als opleider van talent. Want spelers als Jean van Erp, Barry van Beers, Glenn Hofman, Therese Klompenhouwer, Karina Jetten en Gerrie Geelen (de drie dames werden maar liefst één, twee en drie op het laatste EK) hebben door de inspanning van Van der Smissen de top bereikt.
En nu? Het is simpel afgelopen. De bond leidt geen spelers meer op. Wie van de spelers(sters) informeert wordt met een kluitje in het riet gestuurd en het is nu al zover, dat de betrokkenen van toen al niet eens meer zin hebben om met de biljartbond nog verder over de misplaatste bezuiniging te spreken. Snijden in eigen vlees, wordt het ook wel genoemd. Iedereen binnen de bond heeft de mond vol van het uitdragen van de biljartsport, waardoor de sport een beter en krachtiger aanzien krijgt. Maar zolang er geen nieuwe ’Dick Jaspersen’ komen kunnen het met de komende generaties wel vergeten.
Hans Coolegem.
Van acquit 6 [27-10-10]
Het wereldkampioenschap driebanden is weer achter de rug. Felicitaties voor Daniel Sanchez, die in Sluiskil een ware metamorfose liet zien en voor de derde keer in zijn loopbaan de mondiale titel veroverde. Een knappe prestatie, zeker gezien het feit dat de loopbaan van Sanchez langzaam een neergaande curve vertoonde.
Ook een knappe prestatie leverde de Stichting B.E.S.T., die de mondiale voorstelling organiseerde. En dat perfect deed. Het was het duurste biljartkampioenschap dat ooit in ons land is gehouden en ook het mooiste. Stichtingsvoorzitter Meerten Dallinga was zo trots als een pauw, toen hij aankondigde dat Sluiskil onlangs de 2463ste inwoner heeft kunnen registreren en dat het wereldkampioenschap driebanden volgend jaar in Lima wordt gehouden. Een wereldstad met meer dan vier miljoen inwoners. . .
Tussen de regels liet Dallinga blijken waar een klein dorp groot in kan zijn. En dat gebeurde niet voor de eerste keer. Vijf jaar lang heeft men door middel van het houden van World Cup-toernooien geoefend en het resultaat is duidelijk: de Stichting B.E.S.T. staat voor een beste organisatie. Een club echte liefhebbers, die er alles voor over hebben om de naam van Sluiskil tot in alle hoeken van de wereld uit te dragen.
Dat daarvoor ook geld nodig is, zal duidelijk zijn. Daarvoor heeft men in het Zeeuws-Vlaamse kanaaldorp de steun van het bedrijfsleven, dat in de afgelopen jaren telkens achter de steeds gesmeerder lopende organisatie staat. En zeker bij dit wereldkampioenschap niet wenste achter te blijven. Inclusief de regionale, provinciale en nationale overheid. Want al deze instanties hebben financieel meegeholpen om dit stralende wereldkampioenschap mogelijk te maken.
Sinds zondagavond is het wereldkampioenschap driebanden in Sluiskil geschiedenis. Maar de Stichting B.E.S.T. past namens de volledige Nederlandse biljartwereld heel veel dank. Niet alleen van wege het sportieve succes, maar bovenal voor de publicitaire aandacht die het biljarten in de afgelopen week heeft gekregen. We moeten namelijk terug naar lang geleden toen het heel normaal was dat landelijke kranten en nationale televisiezenders aandacht schonken aan zo’n groots biljartevenement. Stichting B.E.S.T. en Sluiskil nogmaals hartelijk dank!
Hans Coolegem.
Van acquit 5 [13-10-10]
Het driebanden staat weer voor een mooi stukje historie: het wereldkampioenschap dat van 20 t/m 24 oktober in Sluiskil wordt gehouden. De geschiedenis van het driebanden in het Zeeuwsvlaamse kanaaldorp zal een ieder wel bekend zijn. Meerten Dallinga had een grote behoefte om in zijn hotel één of twee matchtafels te plaatsen ter vervanging van de kleine tafels. Dat gebeurde niet alleen, ook was Dallinga de initiatiefnemer om in zijn woonplaats een World Cup te houden.
De Stichting B.E.S.T., die voor de organisatie van het belangrijkste toernooi voor driebanders instaat, heeft inmiddels vijf van deze toernooien gehouden. Daarvoor werd Het Meulengat, het gemeenschapshuis van het dorp, telkens ingericht. Al na het eerste evenement bleek, dat het in deze accommodatie woekeren was met de riuimte. De buitenmuren zouden minstens een meter naar achteren moeten worden gezet, om alle keuvoerders te kunnen ontvangen.
Het evenement naar elders verplaatsen, dat wenste men in Zeeuws-Vlaanderen niet. De trots van het dorp, de World Cup driebanden, moest en zou in Sluiskil worden gehouden. Zelfs Terneuzen, waartoe Sluiskil behoort, kreeg geen topbiljartevenement toegeschoven. Men bleef Het Meulengat trouw en in combinatie met de accommodatie in Hotel Dallinga, was dat goed te doen.
Al vrij snel kwam het idee op om ook het wereldkampioenschap driebanden in Sluiskil te laten verspelen. Daarvoor moest uiteindelijk tot 2010 worden gewacht. Eindelijk is nu de tijd voor de kers op de taart. Want over een week is het zover. Sluiskil, of liever gezegd de Stichting B.E.S.T. laat de wereld verbazen, want naast Het Meulengat is er een tijdelijke accommodatie gecreëerd, waarin zo’n 750 mensen op vier tafels alle 48 balkunstenaars kunnen bewonderen. Met sponsorboxen en verschillende andere ruimten.
Niet alleen de accommodatie, maar ook alle neven-activiteiten zullen ongetwijfeld van dit wereldkampioenschap een groot succes maken. De kaartverkoop loopt dermate goed, dat er overgrote belangstelling is. Niet alleen van biljartliefhebbers, maar ook vanuit de media. Een topweek voor het driebanden. Een grootse propaganda, die eigenlijk niemand uit de driebandenwereld zou moeten missen.
Betreurenswaardig is het dan ook dat de KNBB totaal geen rekening heeft gehouden met het Sluiskilse wereldkampioenschap en zelfs vanaf de eerste divisie tot en met de vierde divisie tussen 20 en 24 oktober competitiewedstrijden heeft vastgesteld. En dan gaat het niet alleen om de WK-organisatie, die daarmee wordt gedupeerd, maar tevens de driebandenspelers zelf. Regeren is vooruitzien. Laat daarom kortzichtigheid geen troef worden.
Hans Coolegem.
Van acquit 4 [30-09-10]
Het is niet te doen gebruikelijk in dit hoofdartikel dat ik u wijs op prestaties van onze driebandenspelers. Toch wil ik daar een uitzondering op maken. De reden is, omdat ik me al eerder heb uitgesproken tegen een ’vroeg’ kampioenschap. Zoals de Masters dit jaar. Je kunt natuurlijk praten als Brugman, maar als het in de praktijk dan ook nog eens wordt onderschreven, dan is het min of meer verplicht daar nog even op terug te komen.
De Sectie Carambole heeft zich bij monde van voorzitter Chocron inderdaad toegegeven, dat het Masterskampioenschap deze maand wel heel vroeg in het seizoen viel. Er waren nauwelijks twee wedstrijden gespeeld, waarvan er ook nog Masters-deelnemers met vakantie waren. Dat schept niet de allerbeste voorwaarden voor topprestaties. En dat laatste willen we graag. Het liefst wekelijks nog betere prestaties.
Het feit dat de competitie inmiddels op gang is gekomen en er ook in naburige landen door Nederlandse spelers wordt gespeeld, zie je als het ware de prestatiecurve snel oplopen. Met afgelopen week zelfs een explosie van superprestaties. Want in Duitsland waar Dick Jaspers een vriend een plezier doet en in de tweede bundesliga bij Magdenburg meespeelt, kwam de Nederlandse kampioen tot twee partijen, waarin hij in tien beurten veertig punten speelde en in een tweede ontmoeting elf beurten over veertig caramboles deed. Kortom 4.000 en 3.636. Geweldig toch?
Maar ja, ik hoor het u al zeggen, die Dick Jaspers kan het wel. Voor hem is dat een eitje. Ik kan u verzekeren, dat dit niet zo is. Een millimeter verschil kan vreugde of verdriet bepalen in het driebanden. Ook bij Dick Jaspers. Maar goed, om nog even door te gaan: In Sprundel, waar hij op het laatste moment werd gevraagd, kwam oud-kampioen Jan Arnouts in een competitiewedstrijd tegen een andere oud-kampioen Arie Weijenburg tot 3.000 gemiddeld. Een ongelooflijke prestatie, die dit seizoen moeilijk te verbeteren valt.
Hetzelfde geldt voor Henk Habraken, die in de Belgische competitie in een duel met Henk Blauwblomme maar erven een serie van 25 uit zijn keu liet vloeien. Een prestatie die tegen het wereldrecord aanzit, waardoor Habraken van de aanwezigen een staande ovatie kreeg. Het zijn succesvolle gebeurtenissen voor topspelers. Maar niet alleen topspelers raken in vorm. Ook in de onderliggende divisies is er waanzinnig gescoord.
Wat te denken bijvoorbeeld van René Gerrits, die voor Biljartcentrum Arnhem 2.222 haalt in de tweede divisie. Of de 1.842 van Frans van de Assem van Biljartcentrum Osdorp 3 in de derde divisie. En niet te vergeten Marco Kley, vierde speler van DC Michielsen, die maar even 1.666 in zijn competitiewedstrijd scoort. Moeder vraagt of het zo goed is. Ik wil er maar mee zeggen, dat het seizoen behoorlijk op gang moet komen willen we topprestaties kunnen leveren. Dus nóóóóóóóóít meer zo’n vroeg gehouden kampioenschap.
Hans Coolegem.
Van acquit 3 [15-09-10]
Het Masterskampioenschap heeft geen verrassende kampioen opgeleverd. Dat is natuurlijk ook geen verplichting. Dick Jaspers verdiende het om kampioen te worden en ook al staat zijn naam nu al vijftien keer op de erelijst, het verveelt nooit om zo’n klasbak in het driebanden bezig te zien. Zijn eerste titel behaalde hij in Groningen, dat op dat moment werd geteisterd door een zware storm. Het is al zo’n twintig jaar geleden en wie de ontwikkeling van Jaspers sindsdien heeft meegemaakt, moet toch van oordeel zijn, dat deze balkunstenaar van ’hors categorie’ is, ofwel van buitengewone klasse.
Ik denk dat Nederland, maar beter gezegd de KNBB, te weinig profiteert van dit buitengewone lid. Natuurlijk, Jaspers heeft van bondswege alle onderscheidingen, van gouden speld tot ambassadeur toe. Daar doel ik niet op. In de praktijk moet veel meer met Jaspers worden gedaan, om het driebanden omhoog te krikken. Want dat lukt in z’n algemeenheid nog steeds niet. En waar het aan ligt, is moeilijk te verklaren. Tijd en geld zullen belangrijke factoren zijn. Maar ook gezond verstand. Want als je nu het meest vooraanstaande kampioenschap dat je als organisatie te bieden hebt, precies houdt op het moment dat je in alle andere onderliggende divisies de competitie begint. Denk ik, dat dit een hele slechte keuze is geweest.
En daarmee doel ik niet op vierde divisie-spelers, die in Zuid-Limburg, Noord-Brabant of Zeeland wonen en hun sport als recreant beleven. Nee, het gaat om de directe onderbouw. De eerste divisiespeler, waarvan er overigens legio zelf aan de start van de Masters stonden. Die mensen zijn -als ze bezeten zijn van hun sport en hogerop willen- de spelers van morgen. Tenslotte mag het met zoveel jong talent niet voorkomen, dat drie deelnemers zoals dit jaar de leeftijdsgrens van zestig jaar al zijn gepasseerd.
Van voorzitter Chocron heb ik begrepen, dat het Masterskampioenschap van 2011 weer naar een bezetting van 16 spelers gaat. Een pak van m’n hart, omdat het laatste kampioenschap nog eens laat zien, dat als je kwaliteit met veel minder niveau mengt, je een weinig aantrekkelijke substantie overhoudt. Er was in Nijverdal wat meer publiek dan twaalf maanden geleden. Maar erg veel toeschouwers waren er niet. Er hing ook -naar mijn mening- een vlakke sfeer. Niet de ambiance van het belangrijkste nationale kampioenschap van het jaar.
Misschien in 2011 wel. Mits de biljartbond een betere datum voor het Masterskampioenschap vaststelt. Want nu is het nieuwe seizoen hooguit anderhalve week oud. Om plat gelopen wegen weer te gaan bewandelen heeft de bond trots aangekondigd, dat er opnieuw Grand Prix-toernooien zullen worden gehouden, waardoor er een nieuwe ranking ontstaat en zo het Mastersprogramma kan worden ingevuld. Er zijn zelfs al twee (!) data voor gereserveerd!
Ik zie het al voor me volgend jaar tegen het begin van de zomer. Een club van 32 spelers, die in korte tijd zoveel wedstrijdjes moet spelen om een rangvolgorde te krijgen. Dus ook met Jaspers, Burgman en Van Erp, die als twee jaar hebben bewezen de nummer één, twee en drie van Nederland te zijn. Uit respect voor hun prestaties denk ik, dat het beter is om het drietal en voor mij part ook Ad Broeders die nu eveneens derde is geworden, rechtstreeks voor de Masters 2011 te plaatsen.
Hans Coolegem.
Van acquit 2 [01-09-10]
Van 8 tot en met 12 september staat het Masterstoernooi weer op het programma. Dat wordt in het ZIN-iN Theater in Nijverdal gehouden. Twaalf maanden geleden werd in Twente voor het eerst de Masters verspeeld. Dat gebeurde niet onder een mooi gesternte. Ondanks het feit dat maar liefst 36 spelers door de sectie driebanden werden opgetrommeld om het Masterstoernooi gezicht te geven, kwamen er verhoudingsgewijs weinig bezoekers op het toernooi af.
Achteraf geoordeeld had de publiciteitsmachine beter kunnen draaien, waardoor er wellicht meer mensen naar Nijverdal zouden zijn afgereisd. Overigens, de organisatie doet de Sectie Driebanden gezamenlijk met de regionale Biljartbond Ons Genoegen, zodat men zou kunnen veronderstellen, dat er in en rondom Nijverdal talloze biljartliefhebbers zijn. Ook het feit dat Nijverdal nu niet echt centraal in Nederland ligt kan voor veel liefhebbers betekenen, dat zij overslaan.
Bij de tweede Nijverdalse uitvoering is het gemis aan publiek niet te hopen. Het Masterstoernooi is nog altijd het belangrijkste Nederlands kampioenschap dat we binnen het driebanden hebben. Ook al wordt de subtop bij de topspelers gevoegd, waardoor er legio minder belangrijke wedstrijden moeten worden gespeeld, blijft het Masterstoernooi toch het vistekaartje. Gelukkig lijkt de Sectie Driebanden ten aanzien van het belangrijkste jaarlijkse evenement voor de topspelers tot inzicht te zijn gekomen en krijgt de Masters vanaf 2011 weer een invulling met zestien spelers. Nu nog een betere datum en niet meteen na de start van het nieuwe seizoen en we gaan helemaal vooruit.
Niemand heeft invloed op de economie, laat staan dat een recessie kan worden voorkomen. Maar om toch nog eens even wat verschillen tussen nog niet zo gek lang geleden en nu aan te geven: Bij de huidige Masters is door de 32 spelers 13.100 euro te verdienen, met voor de winnaar 3.000 euro. Het steekt schril af tegen bijvoorbeeld 1996, toen zestien deelnemers een prijzenpot van 40.500 gulden mochten verdelen. En als klap op de vuurpijl werd voor dit kampioenschap een set in één beurt beloond met 50.000 gulden. Het leverde indertijd een gedenkwaardig kampioenschap op, waarin Henk Habraken voor eigen publiek tot veertien reikte en zijn laatste en beslissende bal voor een halve ton zag klossen. Omdat het zo bijzonder was, leest u in dit nummer het bijzondere Masters-moment van toen nog eens terug.
Hans Coolegem.
Van acquit 1 [18-08-10]
Eindelijk, het biljartseizoen gaat weer beginnen. De één is er gelukkig mee, de ander - omdat wellicht de vakantie wat later is afgelopen - misschien niet. Want beginnen aan een nieuw seizoen vergt toch ook enige voorbereiding. Niet alleen qua training, maar ook ten aanzien van het op orde brengen van het materiaal. Want wie naar perfectie streeft, zal nooit en te nimmer de keu zomaar in hoek hebben neergezet.
Van de aangekondigde vroege start van het seizoen (de competitie zou op 15 augustus gaan beginnen) is het bestuur van de Sectie Driebanden teruggekomen. De waarschuwing dat iedereen met een vroege start rekening moest houden, werd alom in de wind geslagen. En toen er dan ook in tweede instantie enige tegenwind was, werd toch weer voor een begin rond de maandwisseling augustus/ september gekozen.
Een goede zaak, want zoals je bokswedstrijden nooit moet organiseren op klaarlichte dag, zo kunnen biljartwedstrijden maar betere niet worden gehouden als de mussen dood van het dak vallen. En dat komt jammer genoeg in Nederland nog al te vaak voor. Niet zo zeer bij de start van het seizoen, maar meer aan het einde, als juist de finales - de belangrijkste wedstrijden - op het programma staan.
Het is mij dan ook een compleet raadsel waarom de Sectie Driebanden het volhoud om het Masterstoernooi van de Nederlandse topdriebandenspelers bijkans in de start van het seizoen te houden. Doordat men eerder de ’vaste datum’ door onvermogen bij de organisatie van het kampioenschap moest prijsgeven, is het belangrijkste individuele kampioenschap van de sectie -omdat het toch moest worden gehouden- in de maand september terecht gekomen. Zonder de problematiek onder ogen te zien, dat spelers niet vanaf de start van het seizoen in topvorm zijn, wordt dan maar weer zo vroeg in de jaargang het koningsnummer van het driebanden gehouden.
Nog afgezien van het feit dat het bijeen brengen van de top 32 door het grote krachtsverschil tussen onze beste driebandenspelers de Masters al danig in waarde is gedevalueerd, is er dit seizoen ook nog eens de discussie bijgekomen hoe het belangrijkste driebandenkampioenschap moet worden verspeeld. Natuurlijk kleven er aan elke oplossing voor- en nadelen, maar niemand kan ontkennen dat in het recente verleden, toen er nog voldoende wedstrijden voor de top en subtop op het programma stonden en er sprake was van een echte ranking, het Masterskampioenschap ook voor vol werd aangezien.
Met de beste zestien van Nederland, in sets gespeeld en dagelijks voldoende ruimte voor de deelnemers en de media, die erover kon berichten. Met zelfs een heuse feestavond voor de deelnemende sponsoren en alle bij het kampioenschap betrokken personen. Zonder me een ’ouwe lul’ te voelen zeg ik: ’Dat waren nog eens tijden’. Niet alleen voor mij, maar voor alle spelers en de vele toeschouwers. Met als belangrijkste, dat het driebanden er wel bij vierde. Tenslotte moet dat het uitgangspunt zijn.
Hans Coolegem.